|
Geweld tegen vrouwen wordt
vaak als een 'vrouwelijk' probleem
gekarakteriseerd. En omdat het een
'vrouwelijk' probleem is, zouden enkel
vrouwen zich daarmee bezig houden.
En daadwerkelijk zijn het
vijftien jaar geleden in Slovenië vrouwen
geweest, leden van verschillende NGO’s, die
begonnen zijn over geweld tegen vrouwen te
praten. Terwijl in het buitenland de
grondslagen van een systeemgerichte aanpak
tot de problematiek van geweld tegen vrouwen
gelegd werd, zijn wij met het activistische
werk begonnen: signaleren dat geweld
tegen vrouwen geen persoonlijke zaak is van
de individuele vrouw, die geweld achter de
gesloten deur van haar huis beleeft, maar de
zaak is van de maatschappij, die tegen
geweld in de 'privé' ruimte tolereert. We
hebben er op gewezen dat geweld tegen
vrouwen het resultaat van ongelijke
machtverdeling tussen de geslachten is en
dat de maatschappij verplicht is de zwakkere
te beschermen.
NGO’s zijn in bijna
onmogelijke omstandigheden programma’s
beginnen te ontwikkelen voor vrouwen die
slachtoffer van geweld waren. Voortdurend
geconfronteerd met de minimalisering en
banalisering van ons werk, hebben we de
kennis en ervaringen van onze collegae uit
het buitenland 'geïmporteerd', en geprobeerd
methodes te ontwikkelen die we in de
praktijk konden toepassen.
Wehebben ons gespecialiseerd. Die
gespecialiseerde kennis is noodzakelijk om
slachtoffers van de geweld te kunnen helpen.
We hebben voortdurend gewerkt in het
bewustzijn dat voor een efficiënte aanpak
van de problematiek van geweld tegen
vrouwen, een 'coalitie' tussen alle erkende
- en niet-erkende organisaties noodzakelijk
is. Organisaties die in hun werk direct
en/of indirect met vrouwen, slachtoffers van
geweld, geconfronteerd worden.
Het Consultatiebureau voor Vrouwen is
betrokken bij het project MATRA van het
Ministerie van Buitenlandse Zaken van het
Koninkrijk der Nederlanden sinds het 1997.
Mede door hun professionele en financiële
hulp is het Consultatiebureau voor Vrouwen
intensief kunnen beginnen met een
gespecialiseerde vorm van hulpverlening.
Tijdens een van de studiereizen naar
Nederland hebben we het project 'Geweld
tegen vrouwen – verantwoordelijkheid van de
politie' van de politie van Utrecht leren
kennen.
Omdat we het project heel
toepasselijk vonden, hebben we een workshop
georganiseerd. Kees Komduur van de politie
Utrecht stelde daarin dit project aan de
Sloveense politie en andere geïnteresseerde
professionelen voor. Financiële hulp van de
Ambassade van Het Koninkrijk der Nederlanden
heeft het mogelijk gemaakt om een congres
van een week te organiseren inzake het
werken met slachtoffers van partnergeweld.
De samenwerking tussen het
Consultatiebureau voor Vrouwen en
Politieregio Utrecht werd verdergezet en
leverde volgende resultaten:
• Sloveense vertaling
van het boek » Geweld tegen vrouwen –
verantwoordelijkheid van de politie«,
• organiseren van opleidingen voor de
Sloveense Politie.
In de lente van 2002 hebben
we in het Consultatiebureau voor Vrouwen het
idee opgevat om tijdens de 'Internationale
dagen van de acties tegen de geweld tegen
vrouwen' de campagne 'STAIRS' te
organiseren. . Het concept van deze actie
hebben we besproken met de
vertegenwoordigers van de Politieregio
Utrecht (Nederland), en de vertegenwoordiger
van de Lokale Politie Antwerpen (België). Ze
hebben met veel enthousiasme hieraan
deelgenomen.
De doelstellingen van de
actie waren de volgende: verhoging van de
bewustwording van de problematiek van geweld
tegen vrouwen; het verlagen van de
tolerantie inzake geweld tegen vrouwen;
sensibiliseren van beleidsmakers om te
blijven nadenken over wetgeving om
slachtoffers te beschermen; informeren van
professionelen in erkende organisaties en
bewustmaking van hun verantwoordelijkheid
voor de problematiek; informeren van de
potentiële slachtoffers; verbinden van
erkende en niet-erkende organisaties binnen
de EU in het gezamenlijk bestrijden van
geweld tegen vrouwen.
Het concept van de actie was
in alle landen hetzelfde: excuses, die
door de vrouwen gebruikt worden, om de
verwondingen te verklaren, die hun (ex)
partner heeft veroorzaakt. Het is heel
moeilijk voor hen om over de geweld te
spreken, omwille van schaamtegevoelens, pijn
en angst, maar ook naar aanleiding van
attitudes die in de maatschappij leven ten
aanzien van geweld tegen vrouwen.
De stickers '1 op 5 vrouwen
valt van de trap, stop huiselijk geweld'
werden op trappen van belangrijke gebouwen
in meer dan 30 Sloveense steden gekleefd,
meer dan 16 steden in Nederland en 2 steden
in België. Naar verschillende belangrijke
instanties en NGO’s in Slovenië werden
duizenden folders en plakkaten gestuurd.
Via het internet hebben we
in het Sloveens, Nederlands en Engels een
gezamenlijk statement onderschreven. In alle
drie steden (Ljubljana, Utrecht en
Antwerpen) hebben de organisatoren van de
actie op 25 november gelijktijdig een
persvoorstelling georganiseerd, waar de
internationale actie 'STAIRS' voorgesteld
werd.
Omdat de actie in jaar 2002
een groot succes was, hebben we besloten om
het concept 'STAIRS' verder uit te bouwen.
In het jaar 2003 hebben we twee
doelstellingen toegevoegd: het verbinden van
drie Europese steden: Ljubljana – Utrecht
– Antwerpen via de 'Ketting van de steden
tegen geweld tegen vrouwen' en het leggen
van fundamenten voor verdere samenwerking
van de drie steden op het gebied van geweld
tegen vrouwen. Deze ketting van steden
symboliseert ook de noodzaak tot
samenwerking en het uitbreiden van die
samenwerking.
In alle drie steden werd de actie
georganiseerd en gesponsord in samenwerking
met de respectievelijke burgemeesters en
korpschefs:
Ljubljana:
burgmeester Danica Simsic en korpschef
Branko Slak
Utrecht: burgemeester
A.H. Brouwer-Korf en korpschef P. Vogelzang
Antwerpen: In 2002
werd de actie gesponsord door de openbare
vervoersmaatschappij 'DE LIJN', in
samenwerking met burgemeester Leona Detiège
en korpschef Luc Lamine. In 2003 en 2004
boden burgemeester Patrick Janssens en
vervangend korpschef Eddy Baelemans hun
ondersteuning en samenwerking aan de actie.
|