|
Uit het boek 'Thuisgeweld, een zorg voor de
Politie'
ISBN 90 5749 725 5
Elsevier Bedrijfsinformatie BV,
's-Gravenhage 2001
Wie kent niet de uitspraak: 'Ach, ze trekt
haar aangifte toch weer in'. In dit
hoofdstuk besteden we op basis van een
aantal uitspraken aandacht aan mythen die we
in de politieorganisatie tegenkomen over
mishandelde vrouwen en de plegers van de
mishandelingen. We weerleggen deze op grond
van literatuur, statistieken, onderzoek en
de in dit boek verstrekte informatie. De
uitspraken zijn verzameld door de auteurs en
komen uit de praktijk. Tevens is, waar
mogelijk, een aan de praktijk ontleende
uitspraak toegevoegd van een mishandeld
vrouw - gedaan tegenover politiemensen in
gesprekken of in de afgelegde verklaring.
- 1. -
'Vrouwenmishandeling gebeurt voornamelijk in
andere culturen', 'Bij mensen van allochtone
afkomst is geweld normaal'.
Zowel Nederlandse als allochtone mannen
maken zich schuldig aan mishandeling van hun
vrouw/partner. Echter, geen enkele cultuur
en geen enkele religie rechtvaardigen
vrouwenmishandeling. Uit onderzoek blijkt
dat de Utrechtse politie in iets minder dan
de helft van het aantal gevallen van
vrouwenmishandeling te maken heeft met
allochtone vrouwen en/of hun partners. Wel
blijkt dat de politie geweld in allochtone
relaties nog meer als een privé-probleem
beschouwt dan geweld in autochtone relaties.
Een Marokkaanse collega: 'Het is volgens de
Islam niet toegestaan om je vrouw te
mishandelen, dat staat nergens en het is een
fabel dat vrouwenmishandeling in onze
cultuur wel is toegestaan'. Een vrouw zei:
'De Islam respecteert een vrouw, maar
dorpsimans hebben vaak een andere
interpretatie van de Koran.' (Redmond 1999)
- 2. -
'Het komt vooral voor in lagere klassen en
minder bij intelligente, hoger opgeleide
mensen'.
Geweld komt voor in alle sociale klassen.
Mannen uit hogere klassen hebben echter vaak
meer mogelijkheden om het eigen geweld te
verbergen.
- 3. -
'Alleen een vreselijke bruut, crimineel,
werkloze, verslaafde (…) doet zoiets'.
Mensen hebben kennelijk een bepaald beeld
van de man die zijn partner mishandelt;
alsof men dat aan de buitenkant zou kunnen
zien.. Echter, iemand die 'altijd zo'n
aardige man was', blijkt wel degelijk in
staat tot mishandeling van zijn partner. Uit
onderzoeken blijkt steeds weer dat
gewelddadigheid voorkomt bij mannen met
iedere denkbare economische en/of sociale
achtergrond. Er bestaat dus geen
standaardtype mishandelaar. Leeftijd,
lichaamsbouw, religie of temperament zijn
geen bepalende factoren.
Een vrouw vertelde: ‘Naar buiten toe denkt
iedereen dat we een perfecte relatie hebben,
dan is hij aardig en charmant. Dan zou
niemand toch geloven dat hij me ’s avonds in
mekaar timmert…’
De meeste mannen die hun partner mishandelen
zijn buiten het gezin, op hun werk of
elders, niet gewelddadig. Kennelijk is de
man dus in staat keuzes te maken: thuis wel
gewelddadig, maar op het werk niet. Bij
huiselijk geweld is er vaak ook sprake van
voorbedachte rade en wordt er ‘nagedacht’
over waar en op welke delen van het lichaam
het geweld is gericht. Het geweld en de
gevolgen daarvan mogen voor de buitenwereld
niet zichtbaar zijn. Vaak zijn de
verwondingen, de letsels en de blauwe
plekken, alleen onder de kleding (buiten het
zicht van anderen) te vinden. Wat alcohol-
of drugsgebruik betreft: gebleken is dat in
veel situaties van huiselijk geweld de dader
nuchter is. Mannen gebruiken alcohol en
drugs vaak alleen maar als excuus om de
verantwoordelijkheid voor hun gedrag te
ontlopen. (Los van dit feit is het
natuurlijk wel zo dat alcohol en/of
drugsgebruik de drempel tot het gebruik van
geweld kunnen verlagen en het gepleegde
geweld kunnen doen vergeten.)
- 4. -
‘Vrouwenmishandeling is een conflict in de
privé-sfeer, daar hoort de politie zich niet
mee te bemoeien’
Het feit dat geweld zich binnen de muren van
het gezinsleven afspeelt, maakt de
mishandeling niet minder strafbaar. Het
Wetboek van Strafrecht kent strafverzwarende
omstandigheden van artikel 304 (geweld te
opzichte van een gezinslid). Noot: in België
strafverzwarende omstandigheden in de nieuwe
wet op Partnergeweld art. 410 Strafwetboek.
Dit geeft juist aan hoezeer gezinsgeweld tot
de competentie van de politie gerekend dient
te worden. Daarnaast is geweld een probleem
dat iedereen aangaat. In veel gevallen van
moord en doodslag tegen vrouwen is de
(ex-)partner de dader. Huiselijk geweld komt
algemener voor dan geweld op straat, het
uitgaansleven of op het werk.
- 5. -
‘Strafrechtelijk optreden leidt veelal
alleen maar tot nieuw geweld, bovendien
worden daarmee de problemen niet opgelost’
Uit onderzoek in de Verenigde Staten is
gebleken dat de minste kans op recidive
ontstaat in situaties waarbij de politie tot
strafrechtelijk optreden (dus aanhouding van
de verdachte) is overgegaan. Daar staat
tegenover dat niet optreden in elk geval
niets aan de situatie zal veranderen. Bij
huiselijk geweld gaat het bijna per
definitie om recidive; dit geweld is zelden
een op zichzelf staand incident. Meestal
maakt het deel uit van een patroon van
toenemend misbruik en geweld.
- 6. -
‘Mishandelende mannen
hebben een slechte jeugd gehad’
Er worden vaak verzachtende omstandigheden
genoemd, die het gedrag van de man minder
verwijtbaar maken. Dat zal voor een aantal
gelden, maar het verklaart niet waarom zij
mishandelen en het rechtvaardigt dit al
helemaal niet. Veel onderzoek is op dit
terrein (nog) niet gedaan. Trouwens, veel
mannen en vrouwen die als kind slachtoffer
zijn geweest van mishandeling, mishandelen
hun partner en/of kinderen niet.
- 7. -
‘Die kerels worden er gewoon toe gedreven
door hun vrouw, ik kan me voorstellen dat ze
uiteindelijk niet anders kunnen’
Deze uitspraak valt helaas nog steeds te
beluisteren, maar zegt voornamelijk iets
over de spreker en over zijn visie op
vrouwen en niets over de realiteit van
vrouwenmishandeling.
- 8. -
‘Zij zal ook wel eens meppen,
zoiets komt nooit van één kant’
Deze uitspraak suggereert een wederkerigheid
in het gebruikte geweld, de zogeheten
‘echtelijke ruzie’, het ‘relationele
probleem’ of de ‘echtelijke twist’.
Onderzoek heeft echter uitgewezen dat geweld
in relaties vooral vrouwen treft op grote
schaal. Geweld komt meestal eenzijdig van
mannen. Analyses van politiedossiers en
rechtbankverslagen tonen aan dat 99% van de
gewelddadigheden tussen verschillende
geslachten betrekking heeft op mannen die
gewelddadig zijn tegenover hun (ex-)partner.
- 9. -
‘Mishandelde vrouwen behoren tot “een bepaalde soort” en komen uit
bepaalde maatschappelijke klassen’
Men bedoelt hiermee de zogeheten ‘dellen’,
cafétypes en hoeren. Dat deze vrouwen
maatschappelijk gezien als ‘slechte vrouwen’
worden getypeerd, dient (nog los van het
discriminatoire karakter van dergelijke
opvattingen) vervolgens als rechtvaardiging
voor het geweld. Kennelijk wordt het als
minder ernstig beschouwd om een hoer te
mishandelen, dan een niet-hoer. Ook met
betrekking tot de leeftijd kan gesteld
worden dat mishandeling elke vrouw kan
overkomen.
Een vrouw tijdens haar aangifte van
jarenlange mishandelingen door haar vriend:
‘Ik ben universitair opgeleid, mijn moeder
heeft mij van jongs af aan geleerd dat ik
het van niemand hoefde te pikken …’
- 10. -
‘Vrouwen kunnen niet mishandeld
worden, als zij dat zelf niet willen’
rouwen kunnen geblokkeerd raken door
bedreigingen, pijn en bewusteloosheid.
Praktisch alle mishandelde vrouwen plegen
verzet. Kenmerkend voor dat verzet is dat
zij proberen te praten met de dader. Helaas
wordt dat praten door de omgeving vaak niet
als verzet beschouwd.
- 11. -
‘Vrouwen vragen er zelf om door zich op een
bepaalde manier te kleden of te gedragen en
door hun man te sarren; waar er twee
vechten, hebben er twee schuld’
eze opmerkingen omtrent gedrag en uiterlijk
van de vrouw zorgen ervoor dat haar een
schuldcomplex wordt aangepraat en geven de
mishandelende man alle ruimte om de
verantwoordelijk voor zijn agressieve gedrag
af te schuiven op de vrouw.
Niemand ‘vraagt er zelf’ om mishandeld te
worden; laat staan dat iemand mishandeling
‘verdient’.
- 12. -
‘Een vrouw die pas na maanden of jaren
aangifte doet, is niet geloofwaardig’
Pas na jaren aangifte durven doen, komt vaak
voor en heeft te maken met de angst voor de
dader en het feit dat vrouwen jarenlang in
staat blijken alles weg te stoppen. Uit
gevoelens van angst en schaamte isoleren
mishandelde vrouwen zich steeds meer en vaak
betekent een toename van de ernst van het
geweld, dat vrouwen er steeds minder in hun
omgeving over gaan praten. Vaak komen
mishandelde vrouwen pas met hun verhaal naar
buiten als ook de kinderen bij het geweld
worden betrokken of de negatieve invloed van
het geweld zich bij hen manifesteert.
Een vrouw: ‘Toen realiseerde ik mij welke
slechte invloed het geweld en de ruzies
hadden op mijn zoontje. Ik wilde niet dat
hij zou denken dat het zo hoorde. Dat was
voor mij de aanleiding om te vertrekken.’
Een andere vrouw: ‘Mijn dochtertje begon,
toen ze vier jaar oud was, ook aan mijn
haren te trekken en ze gaf mij wel eens
klappen in het gezicht en riep: “Ik roep
mijn vader om je te slaan.”
Weer een andere vrouw: ‘Ik ben stappen gaan
nemen toen mijn kinderen de hulpverlening in
moesten. Mijn zoon werd ook agressief. Je
kinderen groeien uiteindelijk niet normaal
op in een gezin met zoveel agressie.’
(Redmond 1999)
Een vrouw tijdens een eerste gesprek op het
bureau: ‘Ik schaamde me zo, als hij weer
geslagen had, durfde ik niet naar buiten tot
de blauwe plekken weg waren. Soms zat ik
weken binnen. Ik durfde er jarenlang niet
over te praten.’
- 13. -
‘Een vrouw die onduidelijk is bij
de aangifte, vertelt niet de waarheid’
Tegengestelde dingen vertellen, stotteren en
dingen vergeten bij de aangifte komt
ontzettend vaak voor. Mechanismen die
vrouwen hanteren om te overleven kunnen
vergeten, verwarring, onzekerheid, angst en
schaamte tot gevolg hebben. Dit is een
reactie op vaak jarenlange mishandelingen.
Het wil niet zeggen dat de vrouw de waarheid
niet spreekt.
- 14. -
‘Vrouwen doen nog wel eens valse
aangifte om de man een hak te zetten’
Uit de praktijk blijkt, dat slechts weinig
aangiften van vrouwenmishandeling vals zijn.
Veel vrouwen doen geen of pas in een erg
laat stadium van het geweld aangifte, uit
angst voor represailles. Veel vrouwen doen
geen aangifte omdat zij bang zijn om niet
geloofd of serieus genomen te worden.
- 15. -
‘Mishandelde vrouwen trekken hun
aangifte vaak weer in na een paar dagen’
eze vrouwen handelen vaak vanuit een
situatie van extreme en langdurige angst.
Hierbij moet men ook bedenken wat de
positieve en negatieve gevolgen van een
aangifte kunnen zijn voor de vrouw (en haar
kinderen) en wat de functie kan zijn van het
‘intrekken’ van de aangifte. Het is
noodzakelijk om stil te staan bij de vraag
of dit haar eigen keuze is, of dat zij deze
beslissing neemt onder druk van de
mishandelende partner.
Een vrouw vertelde hierover: ‘Ik heb geen
keuze; hij zegt dat hij mij niet meer lastig
zal vallen en niet meer zal slaan als ik de
aangifte intrek. En dat is het enige wat ik
wil, dat het slaan ophoudt.’
Bij migrantenvrouwen speelt vaak ook nog een
andere zaak: de druk die de familie op de
vrouw legt:
‘Bij huwelijksproblemen speelt de familie
een grote rol in het bemiddelen tussen de
echtgenoten. Er wordt immers vaak binnen de
familie getrouwd en meestal zijn er ook
financiële belangen bij betrokken. De
problemen van het echtpaar vormen een
bedreiging van de familie-eenheid. Verwanten
zullen dan ook hun uiterste best doen om de
echtelieden onder druk te zetten om het
huwelijk voort te zetten. Als het huwelijk
echt niet te redden valt en er volgt een
echtscheiding, dan gaat de vrouw meestal
terug naar haar familie.’ (Redmond 1999)
Het doel van het slachtoffer is beëindiging
van het geweld (en niet zozeer de dader in
de gevangenis te krijgen!). Als hij belooft
te zullen stoppen met het geweld als zij de
aangifte intrekt, dan zal ze daar eerder toe
neigen. Het ging haar immers vooral om het
stoppen van het geweld! Als de vrouw
inderdaad niet meer wil dat haar aangifte
een vervolg krijgt, zal zij misschien voor
korte tijd met rust gelaten worden en dat
kan leiden tot nieuwe grenzen/afspraken.
Helaas is vrouwenmishandeling niets anders
dan een machtsprobleem. Wanneer de man de
macht gevoeld heeft om ook een aangifte
tegen hem ‘te doen stoppen’, zal hij in de
toekomst mogelijk opnieuw zijn macht doen
gelden door middel van geweld.
- 16. -
‘Vrouwen die geholpen zijn bij het vinden
van crisisonderdak, lopen even later weer
gearmd met de partner. Dan heb je je mooi
voor het karretje laten spannen’
Hierbij geldt hetzelfde als bij punt 15. Is
de keuze van de vrouw om terug te gaan
vrijwillig en heeft ze überhaupt een keuze?
Is ze sterk genoeg om voor zichzelf op te
komen? Is ze veilig na haar vlucht, of
dreigt haar partner haar overal en altijd te
zullen vinden? Hierbij spelen ook de
overlevingsmechanismen een rol.
Een vrouw die de politie sprak nadat zij
toch teruggekeerd was naar haar partner: ‘Ik
ben gewoon zo bang, hij heeft gezegd dat als
ik bij hem weg zou gaan, hij mij ooit op een
dag zou vinden en me dan van kant zou
maken.’
Vaak hebben ernstige mishandelde vrouwen
geen reëel beeld meer van hun partner. Aan
de ene kant wordt hij als een soort
almachtige gezien – ‘hij zal mij altijd
weten te vinden’ - , aan de andere kant
toont hij zich hulpeloos en afhankelijk van
haar (het kleine kind; Goldner e.a. 1991;
Mastenbroek 1995).
Toch is het ook voor de politie van belang
te weten dat de vrouw, elke keer nadat ze
ondergebracht is, sterker terugkeert;
mogelijk zal zij uiteindelijk sterk genoeg
zijn om de definitieve stap te zetten
teneinde het geweld te doen stoppen. Elk
slachtoffer zal het wegloopproces op haar
eigen manier en in haar eigen tempo
doorlopen.
- 17. -
‘Als ze wil dat het geweld ophoudt,
dan gaat ze toch bij hem weg!’
Deze uitspraak suggereert dat als de vrouw
blijft, de politie het probleem niet langer
serieus hoeft te nemen. Angst, vele vormen
van afhankelijkheid, gevoelens van schaamte
of schande, culturele aspecten, niet weten
waar je naar toe moet en de angst je
kinderen te verliezen of het leven van je
kinderen op zijn kop te zetten, zijn zo maar
een aantal redenen die vrouwen ervan kunnen
weerhouden om uit een gewelddadige relatie
te stappen. Ook hier is het weer de vraag in
hoeverre het blijven een vrijwillige keuze
is. Bovendien blijkt uit de praktijk, dat
rond de periode van echtscheiding of vertrek
het ernstigste en meest fatale geweld
plaatsvindt. Veel ex-partners kunnen
kennelijk moeilijk accepteren dat de vrouw
definitief een punt zet achter de
geweldsrelatie. De dreiging die de vrouw
voelt rond haar vertrek of rond de
beëindiging van de relatie is met andere
woorden zeker niet overdreven. Vaak biedt
een echtscheiding dus geen garantie voor het
stoppen van het geweld. Römkens (1989)
schrijft dat bij één op de vijf vrouwen die
waren gescheiden vanwege het geweld binnen
hun relatie, dit geweld na de scheiding
doorging; soms zelfs verergerde. Ook
Amerikaans onderzoek (Coleman 1997, Browne
1987 en Mahoney 1994) bevestigt dit. Het
geweld van de man is geconcentreerd op het
behouden of herkrijgen van de macht en
controle over de vrouw; een scheiding is dan
ook de ultieme confrontatie met het verlies
van die macht en controle (Mahoney 1994).
Vanuit die optiek is het te begrijpen dat
geweld en belaging tijdens en na de
echtscheiding vaak verergeren. Daarbij komt
dat vanuit de registratie blijkt dat het bij
politiebemoeienis in ongeveer de helft van
de gevallen gaat om geweld dat wordt
gepleegd door ex-partners. Het geweld houdt
dus niet automatisch op wanneer zij bij hem
weg is.
- 18. -
‘Als ze écht zo bang is voor die vent, dan doet ze toch aangifte tegen
hem! Je werkt je uit de naad en dan komt ze
twee dagen later dat ze het toch maar niet
wil. Volgens mij valt het dan wel mee, als
het echt zo erg is allemaal, dan zou ze het
toch wel doorzetten. Joh, de volgende avond
is alles weer koek en ei’
Het advies om aangifte te doen kan enorme
twijfels en angst bij de vrouw oproepen. Het
is echter een illusie om te denken dat als
zij geen aangifte doet, de ellende wel mee
zal vallen. De aangiftebereidheid zegt
helemaal niets over de ernst van de
situatie.
- 19. -
‘Als zij na haar aangifte toch weer met hem
verder gaat, hoeven wij er niets meer aan te
doen; dan laten wij (politie/ justitie) ons
niet misbruiken’
Deze uitspraak suggereert dat mishandeling
minder of in het geheel niet meer strafbaar
is, zodra de relatie op een later tijdstip
weer hervat wordt. En dat, terwijl politie
of justitie bij weinig andere misdrijven
dezelfde vragen stellen ten aanzien van
hernieuwde contacten tussen aangever en
dader. De keuze die mensen maken om wel of
niet met elkaar verder te gaan, is niet aan
de politie.
Natuurlijk is dit soort zaken het vragen
naar verwachtingen over de toekomst van
belang, maar het is niet aan
politie/justitie om daarover een oordeel te
vellen. Het belangrijkste is dat de
gebruikte middelen het doel bereiken. Dat
doel is het beëindigen van het geweld (en
niet per definitie het beëindigen van de
relatie).
De strafbaarheid van de mishandelingen is er
echter niet minder om. Als het opmaken van
een proces-verbaal, al is het maar om te
komen tot een voorwaardelijke straf,
enigszins zou kunnen bijdragen aan het doel
namelijk het stoppen van het geweld, dan is
het aan politie en justitie om dat te doen.
|